Jouw kind gaat van 0 naar 100. Geen waarschuwing, gewoon uit het niets een ontploffing, een boze bui of totale ontreddering. En jij staat erbij en weet niet wat je moet doen.
Het is een van de meest ingewikkelde en uitdagende kanten van hoogbegaafd opvoeden: die intense emoties die uit het niets lijken te komen. En meestal aan het einde van jouw drukke werkdag, na die vervelende mail of gewoon als je moe bent.
In dit blog lees je over de grote emoties van je hoogbegaafde kind, wat maakt dat die zo intens zijn, voor jou en voor hun. En wat je er als ouder kan doen.
Het raampje is kleiner
In 1999 introduceerde psychiater Dan Siegel het concept van de window of tolerance, in Nederland ook wel “het raampje” genoemd. Stel je letterlijk een raam voor met kozijnen. Als het goed gaat, zit je daarbinnen. Je kunt nadenken, plannen, keuzes maken.
Maar bij hoogbegaafde kinderen is dat raampje smaller dan bij de meeste leeftijdsgenoten. Omdat ze gevoeliger zijn voor prikkels, zich meer moeten aanpassen aan een wereld die niet op hen is afgestemd en helaas vaak te maken hebben met onvoldoende passend aanbod op school. Dat kost allemaal energie. En het maakt dat het bovenste latje van hun raampje automatisch iets lager komt te liggen.
Het gevolg? Ze schieten eerder “uit hun raampje.”
Wat er dan in hun lijf gebeurt
Zodra een kind uit zijn raampje schiet, neemt het lichaam het over. Er zijn drie primaire reacties: vechten (verbaal of fysiek), vluchten of bevriezen. Dit is niet iets wat ze kiezen. Het is een automatische, lichamelijke reactie, waar ze geen invloed op hebben.
Op zo’n moment is het denkende deel van de hersenen letterlijk offline gegaan. Uitleg geven, redeneren, veel woorden gebruiken? Het komt niet binnen. Het denkende brein doet het gewoon even niet.
Toch is dat precies wat de meeste ouders als eerste doen en dat is heel begrijpelijk. Je wilt je kind helpen. Maar het werkt op dat moment averechts.
Wat je wel kunt doen
De krachtigste tool op het moment dat je kind uit zijn raampje is? Nabijheid, zonder woorden.
Ga bij je kind zitten. Adem rustig. Je hoeft niks te zeggen. Je spiegelneuronen en die van je kind doen de rest. Zij pikken jouw rust op, ook al is het geen bewust proces. Als jij rustig bent, zakt hun spanning sneller dan wanneer ze het helemaal zelf moeten reguleren.
Lukt het knuffelen of aanraken niet? Dan kan nabijheid ook betekenen: zichtbaar in de buurt blijven. Even naar de gang lopen en de deur openlaten. Zeggen “ik ben even in de keuken” en dat ook echt laten zien, zodat je kind het visueel kan opslaan.
En let ook op jezelf: hoe breed is jouw raampje op dit moment? Na een lange dag, als je moe bent of niet helemaal fit. Dan is jouw raampje ook smaller. Soms is de verstandigste keuze om zelf even de ruimte te verlaten, in plaats van te vragen of je kind dat doet.
Leer je kind hun eigen lichaam kennen
Wat ook enorm helpt, niet tijdens de explosie, maar in een rustig moment erna, is samen terugkijken. Niet op de situatie, maar op het lijf.
- Hoe voelde je dat?
- Waar voelde je dat?
- Was het warm of koud? Hard of zacht?
- Zat het in je buik, je keel, je hoofd?
Als kinderen leren herkennen wanneer de spanning begint op te lopen, kunnen ze er steeds vaker zelf op anticiperen. Dan weten ze: ik voel dat het warm wordt in mijn buik, ik kan beter even naar de trampoline. Ze hoeven dan niet meer te wachten tot de explosie er al is.
Onderuit je raampje schieten
Niet alle kinderen schieten naar boven uit hun raampje. Sommige zakken naar de onderkant; ze dissociëren, verdwijnen in fantasie of passen zich juist eindeloos aan (fawning). Dat laatste zie je relatief veel bij hoogbegaafde meiden: het masker opzetten en volledig meegaan met de ander. Het lijkt alsof ze er nog zijn, maar ook dan is het denkende brein niet meer aanspreekbaar.
Ook hier geldt: beweging en nabijheid helpen. Zoveel mogelijk met weinig woorden.
Wil je zelf aan de slag?
Download het werkblad via deze link. Daarin kun je voor jezelf en je kind in kaart brengen: wat gebeurt er in het lijf, wat helpt en wat werkt juist averechts?
Want het begint met herkennen, bij je kind, maar zeker ook bij jezelf.
Beluister ook de podcastaflevering van Karakters en Talenten: De intense emoties van je hoogbegaafde kind zijn voor jou ook intens.






Reacties